Algemeen

De navolgende algemene regels gelden voor alle spelvariaties, tenzij ze expliciet tegengesproken worden door de specifieke spelregels van de gespeelde spelwijze.

3.1 DE SPEELTAFEL, BALLEN EN UITRUSTING
Alle navolgende regels zijn opgesteld voor het spelen op tafels en met ballen en uitrusting die voldoen aan de normen opgelegd door de World Pool-Billiard Association.

3.2. DE BALLEN OPLEGGEN
Bij het opzetten van de ballen moet altijd een driehoek gebruikt worden. De bal in de bovenhoek wordt op het voetpunt gespot; alle andere ballen komen daar achter. De ballen dienen zodanig opgezet worden dat alle ballen elkaar raken. Indien dit niet lukt heeft de openende speler het recht om zelf het rack op te zetten of te accepteren. Wanneer de wedstrijd gearbitreerd wordt door een scheidsrechter die opzet heeft de openende speler geen recht van inspraak over het opgezette rack.

3.3. HET SPELEN VAN DE SPEELBAL
De speelbal mag enkel met de tip van de keu (de 'pomerans') gespeeld worden, indien dit niet gebeurt maakt men een foul.

3.4. CALL SHOT
Voor spelvormen waarbij call shot van toepassing is, moet de speler de te potten genummerde bal en bijbehorende pocket nomineren alvorens hij stoot. Deze bal hoeft niet als eerste te worden geraakt, ook hoeft niet te worden aangegeven hoe er gespeeld gaat worden(via carambol, combinatie, band, etc.). Alle extra gepotte ballen tijdens een geldige stoot worden in het voordeel van de speler meegeteld.

3.5. GEEN BALLEN POTTEN
Een speler, die er niet in slaagt een bal te potten tijdens een geldige stoot, verliest zijn beurt. De tegenspeler komt dan aan tafel.

3.6. BEPALEN VAN DE BEGINNENDE SPELER
Om te bepalen welke speler mag beginnen gaat men te werk als volgt. Beide spelers krijgen een gelijkwaardige bal voor wat betreft gewicht en grootte in de hand achter de hoofdlijn. Ze spelen hun bal 'gelijktijdig' (voor de bal van de tegenstander de band aan de voet van de tafel raakt). Indien één van beide spelers te laat stoot wordt de lag opnieuw gespeeld. De speler wiens bal het dichtst bij de hoofdband stil komt te liggen, mag kiezen wie er als eerste breakt. Men verliest automatisch deze lag indien:
  • zijn bal op de tafelhelft van de tegenspeler terechtkomt,
  • als zijn bal de voetband niet raakt,
  • als zijn bal de voetband meer dan eens raakt,
  • als zijn bal gepot wordt,
  • als men een lange band raakt,
  • als men zijn bal uit tafel speelt,
  • als zijn bal stil komt te liggen 'tussen de kaken' van de hoekpocket met zijn middelpunt voorbij de rand van de hoofdband. In het geval dat beide spelers één van deze fouten maakt of wanneer niet kan bepaald welke bal het dichtst bij de hoofdband ligt wordt de lag opnieuw gespeeld.

3.7. OPENENDE BREAK
De openende break wordt bepaald door lag of toss(De lag procedure is noodzakelijk voor toernooien en andere formele wedstrijden). De speler die de lag of toss wint mag kiezen wie de openende break speelt.

3.8 SPEELBAL BIJ BREAK
De break wordt gespeeld met de speelbal in de hand achter de hoofdlijn. De genummerde ballen worden opgelegd overeenkomstig de specifieke spelregels van de gespeelde spelvorm. Het spel wordt begonnen beschouwd zodra de speelbal met de pomerans over de hoofdlijn gespeeld is.

3.9. AF LATEN WIJKEN VAN DE SPEELBAL TIJDENS DE BREAK
Het tegenhouden of laten afwijken van de speelbal nadat die de hoofdlijn gekruist heeft of voordat hij de opgelegde genummerde ballen heeft geraakt, is een foul en betekent beurtverlies. De tegenspeler krijgt de speelbal in de hand achter de hoofdlijn of mag de speelbal teruggeven aan de speler in overtreding (uitzondering bij 9-ball, zie regel 5.3).
De foulende speler zal gewaarschuwd worden dat een tweede gelijkwaardige overtreding gedurende de wedstrijd verlies forfaitcijfers zal betekenen (zie regel 3.29.).

3.10. SPEELBAL IN DE HAND ACHTER DE HOOFDLIJN
Bij sommige specifieke situaties bij 8-ball en 14.1 krijgt een speler de speelbal in de hand achter de hoofdlijn. Hij mag de speelbal dan naar eigen keuze overal in het hoofdveld (achter en niet op de hoofdlijn) leggen. De speler mag dan op eender welke bal spelen die met zijn middelpunt buiten het hoofdveld (voorbij of op de hoofdlijn) ligt. Wil men toch op een bal in het hoofdveld spelen dan moet de speelbal eerst minstens één band buiten het hoofdveld geraakt hebben alvorens hij de bewuste bal in het hoofdveld raakt. Bij speelbal in de hand achter de hoofdlijn is het dus niet toegestaan om rechtstreeks op een bal in het hoofdveld te spelen.Als de speler de speelbal onopzettelijk op of voorbij de hoofdlijn legt, dan zal de scheidsrechter of de tegenstander hem daar attent op maken voor er afgestoten wordt. Gebeurt dat niet of komt de mededeling te laat, dan wordt de stoot als geldig beschouwd.

Indien een speler te horen krijgt dat de positie van de speelbal niet correct is, dan moet hij ze corrigeren. Als een speler de bal duidelijk volledig buiten het hoofdveld plaatst en afstoot, kan de scheidsrechter of de tegenspeler dit als een foul bestempen. De speelbal blijft 'in de hand'(en dus niet in het spel) tot hij met de pomerans over de hoofdlijn gespeeld is. Zolang hij 'in de hand' is, mag de speelbal met de hand, de keu,... verplaatst worden. Van zodra er afgestoten is, mag de speelbal op geen enkele manier nog aangeraakt worden. Indien dit toch gebeurt, begaat men een foul (zie regel 3.39 en 3.40).

3.11. GEPOTTE BALLEN
Een bal wordt als ge pot beschouwt als hij na een geldige stoot in een pocket terechtkomt en daarin blijft liggen. (Een bal die uit een ballenmechanisme op de grond valt is een bal die gepot is). Een bal die uit een pocket terug op tafel springt, is niet gepot (opgelet als dat met de speelbal gebeurt, zie regel 3.20).

3.12. POSITIE VAN DE BALLEN
De positie van een bal wordt bepaald door waar zijn middelpunt zich bevindt.

3.13. VOET OP DE GROND
Het is een foul als een speler afstoot terwijl hij niet minstens één voet de grond raakt.
Schoeisel moet 'normaal' zijn qua vorm, grootte en draagwijze.

3.14. STOTEN TERWJL ER NOG BALLEN BEWEGEN
Het is een foul als een speler reeds stoot alvorens alle ballen tot stilstand zijn gekomen; een tollende bal is in beweging.

3.15. EINDE VAN EEN STOOT
Een stoot is niet beëindigd (en telt dus nog niet) totdat alle ballen op de tafel tot stilstand zijn gekomen.

3.16. DEFINITIE VAN HET HOOFDVELD (kitchen)
Het hoofdveld bevat de hoofdlijn niet. Een genummerde bal die met zijn middelpunt op de hoofdlijn ligt, ligt dus niet in het hoofdveld en mag dus aangespeeld worden als er van achter de hoofdlijn (speelbal in de hand achter de hoofdlijn) gespeeld moet worden. De speelbal moet zo ook achter en niet op de hoofdlijn gelegd worden als deze in hand is achter de hoofdlijn.

3.17. ALGEMENE REGEL VOOR ALLE FOULS
Alhoewel de sancties voor fouls van spel tot spel en van situatie tot situatie kunnen verschillen, is het volgende steeds geldig:
  • de beurt is over
  • indien de foul tijdens een stoot gemaakt werd, is die stoot ongeldig en worden eventueel gepotte ballen niet toegekend aan de spelersscore
  • tijdens een foul gepotte ballen worden enkel gerespot als de specifieke spelregels dit voorschrijven.

3.18. HET NIET RAKEN VAN EEN GELDIGE GENUMMERDE BAL, WEGSPELEN VAN RAKENDE BALLEN
Het is een foul wanneer tijdens een stoot de speelbal niet eerst contact maakt met een geldige genummerde bal. Van een rakende bal afspelen telt niet als het hebben geraakt van die bal.

3.19. DEFINITIE VAN DE GELDIGE (OF 'LEGALE') STOOT
Tenzij door de specifieke spelregels tegengesproken, moet een speler om een geldige stoot uit te voeren eerst een geldige genummerde bal raken, en daarna:
  • een genummerde bal potten of
  • de speelbal of eender welke genummerde bal een band laten raken.
Gebeurt dit niet, dan maakt men een foul.

3.20. DE SPEELBAL POTTEN
Het is een foul als bij een stoot de speelbal gepot wordt. Als de speelbal vanuit een pocket terug op tafel springt zonder in die pocket aanwezige genummerde ballen geraakt te hebben, dan is hij niet gepot. Raakt hij wel een genummerde bal die reeds gepot was (bijvoorbeeld in een volle pocket), dan is hij wel gepot en is het dus een foul, ook al komt de speelbal terug op tafel terecht.

3.21. FOULS DOOR AANRAKEN VAN DE BALLEN
Het enige contact dat met een op de tafel liggende bal toegestaan is, is dat van de pomerans met de speelbal tijdens de uitvoering van een geldige stoot of dat met de hand, keu,... met de speelbal wanneer en zolang die 'in de hand' is. Elk ander contact met op tafel liggende ballen (met lichaam, kledij, krijt, brug, keu,...) is een foul. Als de wedstrijd geleid wordt door een scheidsrechter, dan moet die iedere genummerde bal die zo verplaatst werd zo goed mogelijk op zijn oorspronkelijke plaats terugleggen; de aan tafel komende speler heeft hier geen enkele inspraak over.

3.22. FOULS BIJ HET PLAATSEN VAN DE BAL IN DE HAND
Wanneer men bij het neerleggen van de speelbal 'in de hand' één of meer op tafel liggende genummerde ballen aanraakt, dan maakt men een foul.

3.23. FOULS BIJ DUBBEL CONTACT
Als de speelbal vastligt tegen (en dus niet dicht op) een geldig aanspeelbare bal, dan mag men in die richting spelen zolang er op een normale wijze gestoten wordt. Als de keu de speelbal meerdere malen raakt of als de keu de speelbal raakt nadat deze de genummerde bal raakt is dit een foul. Indien er een andere bal dichtbij ligt, moet men oppassen geen foul op die bal te maken na het wegspelen van de speelbal van de vastliggende genummerde bal.

3.24. FOULS BIJ DUWSTOTEN
Het is een foul wanneer de speelbal door de pomerans geduwd wordt,wat inhoud dat de speelbal al een rollende beweging heeft ingezet tijdens contact met de pomerans.

3.25. VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN DE SPELERS
Een speler is zelf verantwoordelijk voor het krijt, bruggen en andere stukken van zijn uitrusting die hij gebruikt of tot dichtbij de tafel brengt. Als hij bijvoorbeeld een stuk krijt laat vallen of van een brug afschiet en er wordt contact gemaakt met één of meerdere op de tafel liggende ballen, dan begaat hij een foul.

3.26. BALLEN SCHEPPEN Het is een foul indien een speler de speelbal onder het centrum raakt ('scheppen') en hem opzettelijk van het laken omhoog laat komen in een poging om over een in de weg liggende bal te springen. Zulke ‘jump-shots' kunnen per ongeluk voorkomen, en worden dan niet als foul bestempeld indien alleen de pomerans in aanraking is geweest met de speelbal. Indien bijv. de ferrule of shaft van de keu de speelbal gedurende de stoot de speelbal heeft geraakt is er wel sprake van een foul (wanneer een bankshot gespeeld wordt en de bal springt op bij contact met de band wordt er geen foul begaan, indien de stoot geldig is.)

3.27. JUMP SHOTS
Tenzij door specifieke regels anders is vermeld is het toegestaan de speelbal van het laken omhoog te laten komen door hem met omhoog geheven keu aan te spelen. Iedere schampstoot bij een dergelijke stoot is per definitie een foul. De minimum lengte van een keu moet minimaal 101,3 cm lang zijn, wanneer een speler bij een jump shot een kortere keu gebruikt begaat hij een foul.

3.28. BALLEN DIE VAN DE TAFEL AFSPRINGEN
Ballen die tot stilstand komen op een andere plaats dan het laken zijn van de tafel afgesprongen ballen. Als er ballen van de tafel afspringen maakt een foul. Ballen die op de banden, de tafelkader of de pockets botsen en daarna uit eigen beweging terug op het speelveld terechtkomen, worden niet beschouwd als van de tafel afgesprongen.

Als ze echter inmiddels iets raken dat geen vast onderdeel van de tafel is (zoals de verlichting, krijt op de banden,...) zullen ze wel als van de tafel afgesprongen worden beschouwd, zelfs als ze nadien terug op de tafel beland zijn. Alle van de tafel gesprongen ballen worden gerespot (behalve bij 8- en 9-ball) zodra alle ballen tot stilstand zijn gekomen. Zie de specifieke regels voor het in spel brengen van de van tafel gespeelde speelbal.

3.29. OPZETTELIJKE FOUTEN
Overeenkomstig regel 3.21 en tenzij bij een 'bal in de hand' - situatie is het een foul indien de speelbal met iets anders dan de pomerans aangeraakt wordt. Maakt men toch zulk contact en wordt het door de scheidsrechter als opzettelijk beoordeeld, dan zal die de speler waarschuwen dat een tweede dergelijke foul zal leiden tot het verlies van de wedstrijd met forfaitcijfers. Indien er geen scheidsrechter aan de tafel staat ligt de beslissing bij de wedstrijdleiding.

3.30. AANTAL FOULS PER BEURT
Tenzij anders vermeld in de spelregels, zal er slechts één foul worden aangerekend per spelbeurt. Als meerdere sancties mogelijk zijn, zal enkel de zwaarste mogelijke van toepassing zijnde sanctie die op dat moment toegepast kan worden opgelegd worden. Altijd kan de tuchtcommisie op een later tijdstip zwaardere sancties opleggen(bijv. schorsingen).

3.31. UIT ZICHZELF BEWEGENDE BALLEN
Als een bal 'zich legt' of op eender welke wijze uit zichzelf beweegt, blijft hij in deze nieuwe positie liggen en wordt er vanuit deze nieuwe situatie verder gespeeld. Een bal die, na gedurende meer dan vijf seconden bewegingloos te zijn geweest, in een pocket valt, wordt terug zo goed mogelijk op zijn vorige positie gelegd, waarna het spel normaal doorgaat.

Indien na de afstoot de bal waarop men mikt uit eigen beweging in een pocket valt zodat de speelbal over de oorspronkelijke plaats van die bal rolt, worden alle verplaatste ballen teruggelegd en speelt men de stoot opnieuw.(zie ook regel 3.35).

3.32. BALLEN 'SPOTTEN'
Genummerde ballen die volgens één of andere spelregel terug op tafel moeten komen, worden na de stoot op de lange lijn gelegd. Eén enkele bal plaatst men op het voetpunt; moeten er meerdere ballen gerespot worden, dan gebeurt dat in numerieke volgorde, oplopend in de richting van de voetband.

Indien er ballen in de weg liggen, dan worden de te spotten ballen daar vast tegen gelegd zonder ze te bewegen. Is het de speelbal die in de weg ligt, dan worden de te spotten ballen er zo dicht mogelijk tegen gelegd zonder hem echter te raken.Indien er onvoldoende plaats is op de lange lijn in de richting van de voetband, dan worden de overblijvende terug te leggen ballen aan de andere kant van het voetpunt gelegd, in het verlengde van de lange lijn, numeriek oplopend in de richting van het centrum van de tafel en met inachtneming van dezelfde voorzorgen in het geval van in de weg liggende ballen.

3.33. GEBLOKKEERDE BALLEN
Als twee of meer ballen tussen de 'kaken' van een pocket geblokkeerd zijn en minstens één ervan 'in de lucht hangt', zal de scheidsrechter visueel of fysisch de ballen verticaal naar beneden projecteren en nagaan of een bal zo al dan niet in de pocket terecht zou komen. Ballen die naar zijn mening zo in de pocket terecht zouden komen, worden ook daadwerkelijk gepot; de andere ballen worden op de speeltafel gelegd. Het spel gaat daarna verder alsof er geen geblokkeerde ballen geweest zijn.

3.34. MEERDERE GEPOTTE BALLEN
Alle ballen die tijdens een geldige stoot gepot worden, worden op de gewone wijze goedgekeurd en meegeteld voor de score.

3.35. TUSSENKOMSTEN VAN NIET-SPELERS
Ballen die bewogen zijn door niet-spelers, doordat een speler geduwd wordt, ten tengevolge van onvoorziene omstandigheden (zoals aardbevingen, naar beneden vallende verlichting,...) worden zo nauwkeurig mogelijk teruggelegd op hun laatste positie voor het incident; aan de speler aan stoot wordt geen foul toegekend. Als het niet mogelijk is alle ballen in hun oorspronkelijke positie te herplaatsen, wordt het spel overgespeeld met dezelfde beginnende speler. Dat laatste geldt niet voor 14.1 Continuous waar het verstoorde rack volledig opnieuw opgelegd wordt en waar volgens regel 3.5. opnieuw nagegaan wordt wie moet openen; de puntentelling van voor de onderbreking wordt verder gezet.

3.36. OPENEN VAN OPEENVOLGENDE SPELLEN
In een wedstrijd bestaande uit korte racks (zoals 8- en 9-ball) opent de winnaar van een spel het volgende. Ook de volgende mogelijkheden kunnen door tornooiofficials op voorhand worden aangewezen:
(1) beurtelings openen,
(2) openen door de verliezer en
(3) openen door de in games achterstaande speler.

3.37. OM BEURT SPELEN
In de loop van een wedstrijd komen de spelers afwisselend aan tafel en eindigt een beurt als een speler geen bal geldig pot of hij een foul maakt. Als een beurt niet op een foul eindigt, aanvaardt de inkomende speler de positie op de tafel.

3.38. EEN GENUMMERDE BAL LIGT VAST TEGEN DE SPEELBAL OF TEGEN DE BAND
Indien de eerste genummerde bal vastligt tegen een band, moet er oftewel (1) een bal gepot worden (2) moet de speelbal een band raken, (3) moet de vastliggende genummerde bal een andere band raken dan degene waartegen hij vastlag of (4)dient een andere bal een band te raken waar hij nog niet tegen vastlag. Een bal ligt pas vast indien dat door de scheidsrechter expliciet aangegeven wordt. Wat ballen vastliggend tegen de speelbal betreft zie regel 3.18. 14.1. Continuous en andere speelwijzen specificeren nog bijkomende vereisten voor dergelijke ballen.

3.39. SPELEN VAN ACHTER DE HOOFDLIJN
Als een speler de speelbal in de hand heeft, mag hij deze overal achter de hoofdlijn leggen en moet hij deze eerst over de hoofdlijn spelen alvorens de speelbal een band of een bal raakt. Lukt dit niet, en wordt de wedstrijd gearbitreerd door een scheidsrechter, dan maakt hij een foul.

Wordt de wedstrijd niet gearbitreerd, dan heeft de tegenspeler de keuze tussen een foul laten optekenen of de speler opnieuw laten spelen met alle ballen terug in hun oorspronkelijke positie van voor de vorige stoot en zonder dat een foul gegeven wordt.

Ligt een genummerde bal op of juist over de hoofdlijn (dus buiten het hoofdveld) zodat de speelbal deze bal raakt voor het verlaten van het hoofdveld, mag deze bal toch rechtstreeks aangespeeld worden (zie ook regel 3.9). Als, met de speelbal in de hand achter de hoofdlijn en terwijl de speler een geldige stoot probeert te maken, de speelbal onopzettelijk een bal achter de hoofdlijn raakt en daarna het hoofdveld verlaat, dan is dat een foul.

Verlaat de speelbal het hoofdveld niet, dan geldt het volgende: de tegenspeler laat een foul optekenen en krijgt dan de speelbal in de hand of hij laat de ballen terug op hun vorige posities leggen en laat de stoot herspelen zonder dat er een foul aangerekend wordt. Als een speler de speelbal opzettelijk een genummerde bal achter de hoofdlijn laat raken, dan is dat onsportief gedrag.

3.40. FOUL BIJ BAL IN HAND
Voor het positioneren van de speelbal 'in de hand' mag de speler zijn hand of ieder deel van de keu (pomerans inbegrepen) gebruiken. Iedere voorwaartse stootbeweging waarbij de speelbal geraakt wordt en die geen geldige stoot was, is een foul.

3.41. TUSSENKOMSTEN
Als een niet aan spel zijnde speler zijn tegenspeler afleidt of in diens spel tussenkomt, begaat hij een foul. Als een speler buiten zijn beurt stoot of een bal verplaatst, wordt dit als een tussenkomst gezien.

3.42. HULPSTUKKEN
Spelers mogen geen ballen, de driehoek of enig ander breedtemetende hulpstuk gebruiken om te bepalen of een speelbal of een genummerde bal ergens tussendoor zou kunnen, etc. Alleen de keu mag hiervoor gebruikt worden en dan enkel als zij in hand wordt gehouden. Enig ander gebruik is een foul en onsportief gedrag.

3.42. ONGELDIG AANGEBRACHTE MARKERINGEN
Als een speler opzettelijk markeringen op de tafel aanbrengt om zo een stoot te vergemakkelijken, zij het door het bevochtigen van het laken, het plaatsen van krijt op de banden, of op enige andere wijze, dan begaat hij een foul. Verwijdert hij deze markeringen voor de stoot, dan wordt er geen sanctie toegepast.

8 Ball

De algemene regels zijn van toepassing, behalve indien die in tegenspraak zijn met de onderstaande regels.

4.1. DOEL VAN HET SPEL
Eight bal is een 'aankondigingspel' dat gespeeld wordt met één witte speelbal en vijftien genummerde ballen. De ene speler moet de ballen 1 tot en met 7 (de volle ballen) potten, terwijl de andere speler de ballen 9 tot en met 15 (de gestreepte ballen) moet potten. Wanneer een speler alle ballen van zijn eigen serie gepot heeft, mag hij proberen de 8-ball te potten. De speler die daar als eerste in een geldige stoot in slaagt, wint het spel.

4.2. AANKONDIGEN
Voor de hand liggende ballen en pockets hoeven niet aangekondigd te worden. Als het voor hem niet duidelijk is, heeft de tegenspeler echter steeds het recht om te vragen welke bal en pocket gespeeld gaan worden. Stoten via banden en combinatiestoten worden niet als voor de hand liggend beschouwd en moeten steeds aangekondigd te worden. Bij het aankondigen is het nooit nodig om eventueel te raken banden, combinaties en dergelijke meer te vermelden. Ballen die gepot worden in een stoot waarin een foul gemaakt werd, blijven gepot ongeacht van welke speler ze zijn( Let op! Bij van tafel gespeelde ballen ! zie regel 4.18). Bij de break moet niet aangekondigd worden. Indien de breakende speler bij de break op geldige wijze één of meer genummerde ballen pot, mag hij verder spelen.

4.3. DE OPENINGSCONFIGURATIE
De ballen worden in de vorm van een omgekeerde driehoek op de tafel gelegd, met de topbal van de driehoek op het voetpunt. De 8-ball is de middelste uit de rij van 3 ballen. De beide buitenste ballen van de rij van 5 zijn van een verschillende soort: de ene vol, de andere gestreept.

4.4. BREAKEN DOOR WINNAAR
De winnaar van de 'lag' (zoals vermeld in regel 3.6) kiest of hij zelf opent of dat hij de tegenspeler laat breaken. Tijdens een wedstrijd breakt de speler die een game gewonnen heeft.

4.5. JUMP- EN MASSEERFOULS
Het is een foul als de speelbal bij een poging tot jumpshot over of masseren of draaien rond een niet legale tussenliggende bal, die bal als eerste raakt.

4.6. DE GELDIGE BREAK
Om geldig te breaken, moet de breakende speler (met de speelbal in de hand achter de hoofdlijn) ofwel:
  • één of meerdere ballen potten,
  • minstens vier genummerde ballen een band laten raken. Slaagt hij er niet in om geldig te breaken, dan maakt hij een foul en krijgt de tegenspeler de keuze:
  • de positie aanvaarden en zelf verder spelen of
  • de ballen opnieuw laten opleggen en dan kiezen wie breakt: hijzelf of zijn tegenspeler.

4.7. DE SPEELBAL POTTEN BIJ DE BREAK
Als bij de break de speelbal gepot wordt:
  • blijven alle gepotte ballen gepot (behalve de 8-ball: zie regel 4.9),
  • is het een foul en
  • is de tafel open.
De inkomende speler krijgt de speelbal in de hand achter de hoofdlijn met alle behorende bepalingen (zie regels 3.10, 3.16, 3.39 en 3.40).

4.8. GENUMMERDE BALLEN VAN DE TAFEL SPELEN BIJ DE BREAKEN
Als een speler bij de break een genummerde bal van de tafel laat afspringen, dan is dat een foul en heeft de inkomende speler de keuze:
  • de positie aanvaarden en zelf verder te spelen of
  • de speelbal in de hand achter de hoofdlijn nemen.

4.9. DE 8-BALL POTTEN BIJ DE BREAKEN
Wanneer bij de break de 8-ball gepot wordt, heeft de breakende speler de keuze:
  • de ballen terug laten opleggen en zelf terug openen of
  • de 8-ball laten spotten en verder spelen.
Als tegelijk met de 8-ball ook de speelbal gepot wordt, mag de inkomende speler kiezen:
  • de ballen opnieuw laten opleggen en zelf openen of
  • de 8-ball laten spotten en zelf verder spelen met de speelbal in de hand achter de hoofdlijn.

4.10. DE OPEN TAFEL
De tafel is open zolang niet vaststaat welke speler met welke serie (de groep: de volle of de gestreepte ballen) speelt. Bij een open tafel mag men als eerste een volle bal raken om een gestreepte bal te potten en vice versa. De tafel is steeds open na de break. Bij een open tafel is het toegestaan om eender welke volle of gestreepte bal als eerste te raken om een bal te potten; is het echter de 8-ball die als eerste geraakt wordt dan:
  • verliest de speler zijn beurt;
  • blijven alle gepotte ballen gepot en
  • blijft de tafel open.
Op een open tafel blijven alle ongeldig gepotte ballen gepot.

4.11. KEUZE VAN DE GROEP
De keuze van de serie gebeurt nooit bij de break, zelfs niet als daarin ballen gepot worden.
Onmiddellijk na de break is de tafel altijd open(zie regel 4.10). De keuze staat vast vanaf de eerste geldig gepotte bal. (zie regel 4.12).

4.12. DE GELDIGE STOOT
Bij iedere stoot (behalve bij de break en bij een open tafel) moet de speelbal eerst een bal van de eigen serie raken waarna:
  • een genummerde bal gepot moet worden of
  • de speelbal dan wel een genummerde bal een band moet raken.
Opgelet: het is toegestaan om de speelbal op een band te laten botsen alvorens een genummerde bal te raken; na het contact met de genummerde bal moet echter nog steeds een (genummerde) bal gepot, of tegen een band gedreven worden. Gebeurt dit niet, dan maakt men een foul.

4.13. HET SAFTY-SHOT
Vanuit tactisch oogpunt kan een speler verkiezen om een bal te potten en toch niet aan beurt te blijven. Hij kan dit doen door een safety aan te kondigen; een safety is een geldige stoot. Als een speler een safety wil uitvoeren op een voor de hand liggende bal, dan moet hij dat vooraf aankondigen. Doet hij dat niet en pot hij in de stoot één of meerdere ballen van zijn eigen groep, dan moet de speler zelf verder spelen. Alle ballen die bij een safety-stoot gepot wordt blijven gepot.

4.14. HET SCOREN
Een speler mag verder spelen tot hij er niet meer in slaagt om op geldige wijze een bal van zijn eigen groep te potten. wanneer een speler alle ballen van zijn serie gepot heeft, speelt hij om de 8-ball te potten.

4.15. STRAF VOOR EEN FOUL
Na een foul krijgt de tegenspeler de speelbal in de hand over de volledige tafel. Enkel bij foul bij de break krijgt hij de speelbal in de hand achter de hoofdlijn. Deze regel voorkomt het maken van opzettelijke fouls om de tegenspeler nadeel te bezorgen.

Met de speelbal in de hand mag een speler zijn hand of ieder deel van de keu (de pomerans inbegrepen) gebruiken om de speelbal te plaatsen. Bij die plaatsing telt iedere voorwaartse stootbeweging waarbij de speelbal geraakt wordt en die niet resulteert in een geldige stoot (zie ook regel 3.40) als een foul.

4.16. COMBINATIESTOTEN
Combinatiestoten zijn toegestaan. De 8-ball mag evenwel niet als eerste geraakt worden als de tafel niet meer open is en de speler nog ballen van zijn eigen serie heeft liggen.

4.17. ONGELDIG GEPOTTE BALLEN
Een ongeldig gepotte bal is een bal die gepot werd:
  • in een stoot waarin een foul gemaakt werd,
  • in een andere dan de aangekondigde pocket,
  • in een safety-stoot.
Ongeldig gepotte ballen blijven gepot.

4.18. GENUMMERDE BALLEN UIT DE TAFEL SPELEN
Worden er genummerde ballen uit de tafel gespeeld, dan is dat een foul en gaat de beurt over op de tegenspeler. Is het de 8-ball die uit de tafel gespeeld wordt, dan verliest men het spel.

4.19. FOUL BIJ SPELEN OP DE 8-BALL
Maakt men bij het spelen op de 8-ball een foul maar wordt de 8-ball niet gepot of uit de tafel gespeeld, dan is dat een gewone foul en geen verlies van het spel. De inkomende speler krijgt de bal in de hand.

4.20. SPELVERLIES
In de volgende gevallen verliest men het spel:
  • een foul maken bij het potten van de 8-ball (behalve bij de breaken. zie regel 4.9).
  • de 8-ball potten in dezelfde stoot als die waarin de laatste van zijn groep ballen gepot wordt.
  • de 8-ball uit de tafel spelen.
  • de 8-ball potten in een andere dan de aangekondigde pocket.
  • de 8-ball potten wanneer er nog genummerde ballen van de eigen soort op tafel liggen.

4.21. PATSTELLING
Als, na drie opeenvolgende beurten aan de tafel door iedere speler (in totaal dus 6 beurten) met nog slechts twee genummerde ballen en de 8-ball op tafel, in de ogen van de scheidsrechter (of van beide spelers als er geen scheidsrechter aanwezig is) geen van beide spelers nog poogt om het spel te winnen omdat het anders hoogstwaarschijnlijk zou leiden tot het spelverlies, dan worden de ballen terug opgelegd en opent de breakende speler van het pat hangende spel opnieuw.

OPGELET: drie opeenvolgende fouls door eenzelfde speler resulteren niet automatisch in een spelverlies.

9 Ball

De algemene regels zijn van toepassing, behalve indien die expliciet in tegenspraak zijn met de onderstaande regels.

5.1. DOEL VAN HET SPEL
Nine ball wordt gespeeld met de witte speelbal en de genummerde ballen van één tot en met negen. Bij elke stoot moet de speelbal als eerste de laagst genummerde bal op de tafel raken, doch de ballen moeten niet in volgorde gepot worden. Zolang hij op een geldige manier genummerde ballen pot en hij geen foul maakt of het spel wint door de 9-ball te potten, blijft een speler aan de beurt. Na een misser moet de aan tafel komende speler beginnen met de speelbal op de plaats waar hij ligt; werd er echter een foul gemaakt, dan krijgt hij de bal in de hand overal op de tafel. De stoten hoeven niet aangekondigd worden.

5.2. DE OPENINGSCONFIGURATIE
De ballen worden in een ruitvorm gelegd met de 1-ball op het voetpunt en de 9-ball in het centrum van de ruit, die met de lange diagonaal op de lange lijn ligt. De overige ballen liggen willekeurig in de ruit waarbij ze elkaar moeten raken. Het spel begint met de speelbal in de hand achter de hoofdlijn.

5.3. DE GELDIGE OPENINGSSTOOT
De regels voor de openingsstoot zijn dezelfde als voor alle andere stoten, met de volgende bijzonderheden:
  • de openende speler moet niet enkel de 1-ball als eerste raken maar moet daarna tevens ofwel één of meerdere genummerde ballen potten ofwel minimaal vier genummerde ballen tegen een band spelen
  • als de speelbal gepot of uit de tafel gespeeld wordt of als niet voldaan werd aan de hierboven genoemde vereisten, dan is dat een foul en krijgt de aan tafel komende speler de bal in de hand over de hele tafel
  • als bij de openingsstoot een genummerde bal uit de tafel gespeeld word, dan is dat een foul en krijgt de aan tafel komende speler de bal in de hand op de hele tafel; de uit de tafel gespeelde bal wordt niet terug gespot, tenzij het de 9-ball is.

5.4. VERDERE VERLOOP VAN HET SPEL
Op de stoot direct volgend op de openingsstoot mag een 'push out' gespeeld worden (zie regel 5.5). Als de openende speler één of meerdere ballen pot, mag hij verder spelen tot hij mist, wint of een foul maakt. Als de speler mist of een foul maakt, speelt de tegenspeler op dezelfde voorwaarden verder. Het spel gaat verder tot de 9-ball geldig gepot wordt of de wedstrijd omwille van een ernstige inbreuk gestopt wordt met forfait.

5.5. DE 'PUSH OUT'
De speler die de eerste stoot na de break (die geldig moet geweest zijn) speelt mag een 'push out' spelen om de speelbal in een betere positie te leggen voor het verdere spel. Bij een 'push out' is het niet nodig de speelbal een genummerde bal of een band te laten raken; alle andere foulregels blijven evenwel gelden. Een 'push out' moet vooraf aangekondigd te worden, zoniet zal de stoot als een gewone stoot beschouwd worden. Alle ballen die tijdens een 'push out' gepot worden, blijven gepot, uitgezonderd de 9-ball, die terug gespot wordt. Een 'push out' is een geldige stoot zolang er geen regels (behalve 5.7 en 5.8) worden overtreden. Een ongeldige 'push out' wordt overeenkomstig de overtreden regel bestraft. Na een 'push out' mag de inkomende speler kiezen of hij de volgende stoot zelf speelt, of dat hij hem overlaat aan de speler die de 'push out' gespeeld heeft. In beide gevallen zijn alle volgende stoten gewone stoten, die op een geldige wijze gespeeld moeten te worden. Als bij de openingsstoot de speelbal gepot werd, mag er geen 'push out' gespeeld worden.

5.6. FOULS
Als een speler een foul maakt, dan stopt zijn beurt. Alle ballen die hij gepot heeft blijven weg, uitgezonderd de 9-ball die terug gespot wordt. De inkomende speler krijgt de bal in de hand op de hele tafel. Maakt een speler meerdere fouls in één enkele stoot, dan worden die als slechts één foul gerekend.

5.7. VERKEERDE BAL RAKEN
Als de eerst geraakte bal niet die met het laagste nummer is, dan is dat een foul.

5.8. GEEN BAND RAKEN
Als men na het aanspelen van de laagst genummerde bal op de tafel geen bal pot en er wordt geen band meer geraakt, dan maakt men een foul.

5.9. BAL IN HAND
Als een speler de bal in de hand krijgt, dan mag hij die overal op de tafel leggen zonder de genummerde ballen aan te raken. Hij mag de positie steeds verbeteren tot hij afstoot.

5.10. BALLEN VAN TAFEL SPELEN
Een niet-gepotte bal wordt als uit de tafel gespeelde bal aangezien als hij stil komt te liggen op een andere plaats dan op het speelvlak van de tafel. Een bal uit de tafel spelen betekent dat men een foul maakt; zulke ballen blijven weg, tenzij het om de 9-ball gaat.

5.11. JUMP- EN MASSEERFOULS
Het is een foul als de speelbal bij een poging tot jumpshot over of masseren of draaien rond een niet legale tussenliggende bal, die bal als eerste raakt.

5.12. DRIE OPEENVOLGENDE FOULS
Als een speler drie opeenvolgende fouls begaat in drie opeenvolgende stoten (dus zonder dat bij intussen een geldige stoot maakt), dan verliest hij het spel. De drie fouls moeten alle drie in hetzelfde spel plaatsvinden. De speler moet tussen de tweede en de derde foul (op het moment dat hij de 'derde' maal aan de tafel komt) gewaarschuwd worden dat hij reeds twee opeenvolgende fouls gemaakt heeft. De beurt van een speler begint wanneer het voor hem toegelaten is een stoot uit te voeren en eindigt bij het einde van de stoot (als hij mist, een foul begaat of het spel wint) of wanneer hij een foul maat.

5.13. EINDE VAN HET SPEL
Een spel begint van zodra de speelbal de hoofdlijn overschrijdt bij de openingsstoot. De 1-ball moet geldig geraakt worden bij de openingsstoot. Het spel eindigt bij de geldige stoot waarin de 9-ball gepot wordt of wanneer een speler een forfait heeft tengevolge een foul.

10 Ball

Straight Pool

De algemene regels zijn van toepassing, behalve indien die expliciet in tegenspraak zijn met de onderstaande regels.

6.1. DOEL VAN HET SPEL
14.1 is een ‘aankondigingsspel'. De speler moet bal en pocket aanzeggen. Spelers moeten voor elke stoot de bal en zijn pocket aankondigen. Een speler scoort één punt voor iedere correct aangekondigde en in een geldige stoot gepotte bal. Hij mag verder spelen tot hij er niet langer in slaagt aangekondigde bal geldig te potten of hij een foul maakt. Een speler kan 14 ballen potten, maar voor hij de 15e bal (de laatste serie bal op tafel) aanspeelt, worden de 14 gepotte ballen terug opgelegd worden met een vrije plaats op het voetpunt. De speler probeert dan de 15e bal zo te potten, dat de opgelegde ballen uit elkaar gespeeld worden, zodat de speler verder kan spelen. De speler die als eerste het vooraf bepaalde punten aantal bereikt, is de winnaar.

6.2. AANTAL SPELERS
Twee spelers of twee teams.

6.3. GEBRUIKTE BALLEN
Een standaard set genummerd van 1 tot en met 15 en een witte speelbal

6.4. DE OPENINGSCONFIGURATIE
Er wordt een standaard driehoek opgelegd, waarbij de voorste bal op het voetpunt ligt, de '1' op de rechter benedenhoek ligt en de '5' op de linker onderhoek ligt, gezien vanaf de opleggende speler. De andere ballen kunnen willekeurig in de driehoek worden gelegd, maar wel zo dat alle ballen elkaar raken.

6.5. HET SCOREN
Voor iedere correct gepotte bal krijgt de speler één punt.

6.6. DE BREAK
De beginnende speler moet oftewel:
1. een bal en pocket aanzeggen en deze bal ook in het aangezegde pocket potten of
2. de witte en twee serie ballen een band laten raken.

Voldoet men niet aan één van beide voorwaarden, dan maakt de speler een ‘foul op de break', die bestraft wordt met 2 minpunten(die van de score worden afgetrokken). Bovendien heeft de tegenstander de keuze,
  • de positie te accepteren en verder te spelen, of
  • de ballen opnieuw te laten opleggen en de speler de aanvangsstoot opnieuw te laten uitvoeren.
Deze keuze blijft zolang bestaan totdat de beginnende speler een correcte aanvangsstoot heeft gemaakt of de tegenstander de positie van de ballen accepteert en verder speelt.

Een break foul telt niet mee voor de drie fouls regel(zie regel 6.12).

Wanneer de witte bal valt bij een verder correcte aanvangsstoot, maakt de speler een foul en krijgt één minpunt. Deze foul telt wel mee voor de drie fouls regel. De tegenstander krijgt bal in hand achter de hoofdlijn met de genummerde ballen op de posities waar ze tot stilstand zijn gekomen.

6.7. SPELREGELS
1. Een correct gepotte bal geeft de speler het recht om door te spelen, zolang het de speler lukt om ballen correct te potten. De speler kan iedere bal aanspelen, maar moet bal en pocket aanzeggen. De speler hoeft niet te zeggen hoe hij de bal gaat potten (combinatie, via band, etc.) alleen maar waar hij de bal gaat potten. Worden in een geldige stoot naast de aangekondigde bal in de aangekondigde pocket nog andere ballen gepot, dan krijgt de speler voor elk van die gepotte ballen één punt.

2. Bij elke stoot moet de speelbal een genummerde bal te laten raken en daarna of
  • moet een bal gepot worden of
  • de witte bal of een serie bal de band raken. Gebeurt dit niet, dan is dit een foul.

Ligt een bal niet vast aan de band, maar minder dan een baldikte van de band af (de scheidsrechter mag dit nameten), dan mag de speler maar twee keer achter elkaar op deze bal safe spelen met alleen maar gebruik van die band. Heeft hij dat gedaan, dan geldt in de volgende beurt de bal als vast tegen de band aan liggend. De algemene regels inzake "Een serie bal ligt vast tegen de speelbal of tegen de band" gelden, als de speler besluit deze bal als eerste aan te spelen.

(LET OP: voor een speler wiens vorige stoot een foul was, wordt zulke bal de volgende beurt direct als vast tegen de band liggend beschouwd en hij moet dan ook dadelijk voldoen aan de voorschriften, voor bal vast tegen de band. Datzelfde geldt voor een speler die de vorige twee stoten een foul makte of in de stoot direct na de safety stoot op zulke bal (en met dus alleen die nabije band te gebruiken) een foul maakte; ook zij moeten dus meteen aan deze voorschriften voldoen. Doen ze dat niet, dan wordt hen een 'derde opeenvolgende foul' toegekend en wordt de overeenkomstige puntensanctie opgelegd, tezamen met de puntenaftrek van de voorgaande fouls (in totaal worden zeventien minpunten geteld). De vijftien ballen worden dan opnieuw opgelegd en de speler die de fouls beging, moet dan openen zoals bij de aanvang van het spel.)

3. Wanneer de veertiende bal gepot is, wordt het spel tijdelijk stilgelegd. De speelbal en de overgebleven vijftiende bal blijven liggen op de plaats waar ze liggen, de veertien gepotte ballen worden terug opgelegd, waarbij de plaats van de topbal (op het voetpunt) open blijft. De speler zet dan zijn beurt voort, waarbij hij een der welke ballen mag aanspelen (normaal gezien zal hij de vijftiende bal proberen te potten op een dusdanige wijze dat de speelbal de veertien ballen open speelt zodat hij verder kan gaan met zijn beurt.)

4. Omwille van rede van defensieve aard mag een speler een safety stoot aankondigen. Ze zijn geldig zolang aan alle geldende regels voldaan wordt. Na een safety stoot is de beurt van de speler over; eventueel in de safety stoot gepotte ballen, leveren geen punten op en worden gespot.

5. Een speler mag een bal, die in de richting van een pocket of de 'driehoek' loopt, niet vastnemen, aanraken of een der welke wijze beïnvloeden (het vastnemen van een bal die in de pocket rolt door zijn hand in de pocket te steken inbegrepen). Doet hij dat toch, dan maakt hij een zogenaamde 'opzettelijke foul' die bestraft wordt met zestien minpunten: één voor de foul en vijftien voor het opzettelijke karakter ervan.
De inkomende speler mag kiezen: (1) de positie aanvaarden en zelf met "ball in hand" in het kopveld verder spelen of (2) de vijftien ballen opnieuw laten opleggen en de speler die de foul beging laten openen (met alle eisen voor een gewone openingsstoot).

6. Als de vijftiende (niet gepotte) bal en/of de speelbal het laten zakken van de driehoek om de ballen terug te leggen hindert, moeten de ballen volgens de tabel (zie einde van dit hoofdstuk) opgelegd te worden.

7. Heeft een speler "ball in hand" in het kopveld (na het potten of uit de tafel spelen van de speelbal) en liggen alle overblijvende serie ballen in het kopveld, dan mag de speler vragen de serie bal die het dichtst bij de koplijn ligt, te spotten op het voetpunt. Liggen twee of meer ballen oven ver van de koplijn dan mag de speler kiezen welke van deze ballen hij eventueel wil laten spotten.

6.8. ONGELDIG GEPOTTE BALLEN
Ongeldig gepotte ballen worden zonder verdere sancties gespot.

6.9. GENUMMERDE BALLEN UIT DE TAFEL SPELEN
De stoot is een foul en alle uit de tafel gespeelde ballen worden gespot nadat alle ballen tot stilstand gekomen zijn.

6.10. SPEELBAL POTTEN OF UIT DE TAFEL SPELEN
De inkomende speler krijgt bal in hand achter de hoofdlijn tenzij de regels 6.7.2. , 6.7.5. of 6.12. van toepassing zijn en andere keuzes of procedures voorschrijven.

6.11. STRAFFEN VOOR FOULS
Voor ieder foul wordt één punt in mindering gebracht. Opgelet: er zijn strengere straffen voor opzettelijke fouls (zie regel 6.7.5.) en voor drie opeenvolgende fouls (zie regel 6.12.). De inkomende speler speelt verder vanuit de positie waarin de ballen tot stilstand gekomen zijn, tenzij (1) de foul een uit de tafel gespeelde of gepotte speelbal was, (2) het een vrijwillige foul was (zie regel 6.7.5.) of (3) het om een derde opeenvolgende foul ging (zie regel 6.12.).

6.12. STRAFFEN VOOR OPEENVOLGENDE FOULS
Een speler die een foul maakt, krijgt één (of in sommige gevallen meer) punt(en) in mindering gebracht en er wordt aan de speler medegedeeld dat hij op één foul staat. Is zijn volgende stoot geldig, dan wordt zijn foul uitgeveegd. Slaagt hij daar niet in, wordt hem opnieuw één punt in mindering gebracht en komt hij op twee fouls te staan. Slaagt hij bij zijn derde beurt aan de tafel nog niet, dan maakt hij zijn derde opeenvolgende foul waarvoor hem vijftien punten in mindering worden gebracht.

De ballen worden nu allemaal terug opgelegd en de foulende speler moet openen volgens de daarvoor geldende regels. Na een derde opeenvolgende foul komt een speler terug op nul fouls te staan. Het dient benadrukt te worden dat opeenvolgende fouls in opeenvolgende stoten of pogingen aan de tafel dienen gemaakt te worden, niet enkel in opeenvolgende beurten aan tafel. Beëindigt een speler de zesde beurt bijvoorbeeld met een foul en maakt bij zijn eerste stoot van zijn zevende beurt een foul, dan staat hij op twee fouls. Begint hij de achtste beurt dan met een geldig gepotte bal waarna hij de speelbal pot bij zijn tweede stoot, heeft hij geen drie opeenvolgende fouls gemaakt.

Door het geldig potten van een bal in zijn eerste stoot van de achtste beurt, had hij zijn strafregister uitgeveegd. Hij begint de negende beurt dus op één foul (die uit de achtste beurt).

6.13. HET SCOREN
Het toekennen van minpunten kan aanleiding geven tot een negatieve score. Tijdens het spel kan een score dus 'min één', 'min twee', 'min vijftien' en dergelijke bedragen. (een speler kan zo een spel winnen terwijl zijn tegenspeler enkel twee fouls heeft gemaakt; de eindscore bedraagt dan bijvoorbeeld 150 tegen -2.). Als een speler foult tijdens een stoot waarin geen ballen worden gepot, dan wordt het minpunt van de score bij het eind van de vorige stoot afgetrokken. Pot een speler een bal bij dezelfde stoot als deze waarin hij foult, dan wordt de bal gespot (geen punten) en wordt het minpunt afgetrokken van de score bij zijn vorige stoot.

OBJECTBAL   SPEELBAL (WIT)  
  In het "rack" Niet in de driehoek en niet op het hoofdpunt Op het hoofdpunt
In de driehoek Objectbal op de voetspot

Speelbal in de "kitchen"

Objectbal naar hoofdspot

Speelbal in positie

Objectbal naar centerspot

Speelbal in positie

Gepot Objectbal naar voetspot

Speelbal in positie

Objectbal naar voetspot

Speelbal in positie

Objectbal naar voetspot

Speelbal in positie

In de "kitchen", maar

niet op de hoofdpunt

Objectbal in positie

Speelbal naar hoofdspot

   
Niet in de "kitchen" en

niet in de driehoek

Objectbal in positie

Speelbal in de "kitchen"

   
Op de koppunt Objectbal in positie

Speelbal naar centerspot

   

Contact Informatie

Bezoek Thurston
Westersingel 20, Rotterdam
Bel Thurston op
010-4363719